Vlinders en bijen in je tuin: tien inheemse planten die helpen

Een tuin vol zoemende bijen en fladderende vlinders begint niet met dure insectenhotels, maar met de juiste planten. Vooral inheemse soorten maken het verschil. Onze eigen insecten zijn samen met deze planten ontstaan en weten precies wat ze eraan hebben: nectar, stuifmeel en soms een plek om eitjes te leggen.

In dit artikel vind je tien inheemse bloeiers die het goed doen in een gewone Nederlandse tuin. Ze zijn ingedeeld naar standplaats, zodat je snel ziet wat bij jouw grond en zonligging past.

Waarom inheems zo goed werkt

Veel populaire tuinplanten zijn gekweekt op grote, gevulde bloemen. Die zien er mooi uit, maar bevatten vaak weinig nectar, of de insecten kunnen er niet goed bij. Inheemse planten hebben meestal enkelvoudige bloemen, waar bijen en vlinders makkelijk bij kunnen.

Daarnaast zijn sommige insecten sterk afhankelijk van één plantengroep. Rupsen eten vaak maar van een paar soorten, en er zijn wilde bijen die alleen stuifmeel van één bepaalde plant verzamelen. Met inheemse soorten geef je dus niet alleen eten aan de bekende honingbij, maar ook aan minder opvallende soorten die het lastiger hebben.

Voor zonnige en droge plekken

Heb je een zonnig plekje met schrale, zandige grond? Dan zit je goed met wilde marjolein. Deze geurige plant bloeit in de zomer met roze tot paarse bloemetjes en trekt veel vlinders. Wilde tijm blijft laag en is ideaal voor randjes, tussen tegels of in een rotstuin. Bijen en hommels zijn er dol op.

Slangenkruid valt op met zijn helderblauwe bloemen die lang achter elkaar verschijnen. Het is een tweejarige plant die zichzelf graag uitzaait, dus je houdt hem vaak jarenlang zonder moeite. Gewone rolklaver tot slot heeft gele vlinderbloemen en is een waardplant voor onder meer het icarusblauwtje: de rupsen leven van de bladeren.

Voor vochtige of rijkere grond

Ligt je tuin wat lager, of heb je een vijver? Grote kattenstaart voelt zich thuis aan de waterkant en bloeit in de zomer met lange, paarsroze aren. Er bestaat zelfs een wilde bij, de grote kattenstaartbij, die vrijwel alleen op deze plant stuifmeel verzamelt.

Koninginnekruid is een stevige plant die tot anderhalve meter hoog kan worden. Eind van de zomer zitten de lichtroze bloemschermen vaak vol met vlinders zoals de atalanta en de dagpauwoog. Knoopkruid doet het op vrijwel elke grond die niet te nat is en lokt met zijn paarse bloemhoofdjes zowel hommels als vlinders. Wil je meer weten over grondsoorten en het verbeteren van je bodem, dan vind je bij Tuin FAQs antwoorden op allerlei praktische tuinvragen.

Voor de border, het grasveld en de muur

Beemdkroon heeft lilablauwe bloemhoofdjes op lange stelen en past mooi in een natuurlijke border of een bloemrijk grasveld. Ook hier hoort een specialist bij: de knautiabij, een van de grotere wilde bijen van ons land. De margriet is een klassieker die makkelijk groeit, vroeg in de zomer bloeit en bezocht wordt door zweefvliegen, kevers en bijen.

Vergeet tot slot de klimop niet. Deze plant bloeit pas in de herfst, als er bijna niets anders meer in bloei staat. Voor insecten die het seizoen nog even moeten volhouden, is dat een belangrijke voedselbron. Laat klimop daarom gerust ouder worden: alleen volwassen takken gaan bloeien.

Zo haal je er nog meer uit

De planten zelf zijn het belangrijkste, maar met een paar kleine aanpassingen maak je je tuin nog aantrekkelijker voor insecten.

  • Plant in groepjes in plaats van losse exemplaren, zodat insecten makkelijk kunnen foerageren.
  • Zorg voor bloei van het vroege voorjaar tot in de herfst.
  • Gebruik geen bestrijdingsmiddelen, ook geen ‘milde’ varianten.
  • Laat in de winter uitgebloeide stengels staan als schuilplek.
  • Kies bij voorkeur zaden of planten zonder voorbehandeling met gif.

Klein beginnen mag

Je hoeft je hele tuin niet in één keer om te gooien. Begin met twee of drie soorten die bij jouw plek passen en kijk wat er gebeurt. Vaak zie je binnen één seizoen al meer leven: een hommel op het knoopkruid, een vlinder op de marjolein, een onbekend bijtje dat in de beemdkroon verdwijnt. Elk stukje grond dat je zo inricht, telt mee voor de biodiversiteit in je buurt, en het maakt je tuin bovendien een stuk levendiger om naar te kijken.

Continue Reading

Share
RSS
Follow by Email
YouTube
Pinterest
LinkedIn
Share